Dat is de gedachte achter de Regeling Cultuurprojecten, dat wil zeggen de fiscale vrijstellingen voor Cultureel Beleggen, waarmee de Tweede Kamer in 2002 instemde. De regeling maakt het voor particulieren mogelijk aantrekkelijke fiscale voordelen te behalen bij het beleggen in de culturele infra-structuur of kunstprojecten die grote investeringen vergen.
Het VastgoedCultuurFonds biedt particulieren de mogelijkheid duurzaam te investeren in de financiering van het onroerend goed dat culturele bedrijven en kunstinstellingen ter beschikking staat.
Het geld van het fonds wordt belegd in leningen ten behoeve van onroerendgoed-projecten die door het fonds worden geselecteerd op potentie en haalbaarheid. Deze projecten worden door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap – in overleg met het Ministerie van Financiën – getoetst. Daarnaast geldt dat voor elke lening die het fonds verstrekt een additionele garantie van een Gemeentelijke of Provinciale overheid wordt verkregen.
De investeringsstrategie van het VastgoedCultuurFonds is gebaseerd op een eenvoudig principe. Het Fonds biedt bedrijven in de creatieve sector de mogelijkheid vastgoed in eigen bezit te verwerven, te ontwikkelen en optimaal te onderhouden. Dit geschiedt door het verstrekken van leningen ten behoeve van investeringen in het vastgoed van kunst- of cultuurbedrijven. Het gaat hierbij hoofdzakelijk om nieuwbouw-, restauratie- of renovatieprojecten, die een aantoonbare meerwaarde opleveren voor zowel de betrokken organisatie, als de creatieve sector in zijn geheel.
Dit betekent dat alleen haalbare projecten en gezonde bedrijven met aanwijsbare groeipotentie in aanmerking komen. De leningen worden verstrekt ten behoeve van onroerend goed en zijn door de overheid gegarandeerd.
Door gebruikmaking van de Regeling Cultuurprojecten kunnen de financiële condities waaronder de leningen door het VastgoedCultuurFonds worden verstrekt, relatief gunstig zijn: de rente ligt enkele tientallen basispunten beneden het gangbare bancaire tarief.